De klos met marinegaren

De dag begint goed. Ik zit op mijn werk mooi te zijn met mijn nieuwe zwarte coltrui-jurk en ik heb geen vergadering of andere rotklussen. Mijn tas staat onder mijn bureau en ik reik omlaag naar mijn ontbijt. Een appel-kaneelsultana, mijn lievelings. Opeens voel ik een koude vlaag langs de zijkant van mijn lichaam trekken. Uit mijn jurk gescheurd. De hele naad open, van oksel naar beneden. En dat terwijl ik ’s ochtends alleen maar sultana’s eet.

Normaal gesproken los ik alle levensproblemen op met tape. Maar plakband werkt hier niet, dus ik ga op zoek naar een naaisetje. Een collega is ex-marinier (oh nee, marinier ben je voor het leven), dus heeft er altijd een op zak. Ik spoed me naar de wc en wurm in een claustrofobisch kleine ruimte mijn jurkje – zelfs met gescheurde naad nog ongemakkelijk strak – uit. De draad wil vervolgens met geen mogelijkheid de naald in.

Jurk aan, naar minder kippige collega die het draadje voor me fikst. Terug in het toilet trek ik de boel weer uit en begin zo goed en zo kwaad als het kan te naaien. Ik laat de draad aan het rolletje zitten want je weet nooit hoeveel je nodig hebt. Dat is altijd meer dan je denkt.

Na twee steken is er een soort kluwen ontstaan, waardoor mijn draadje ineens veel korter is dan voorzien. Ik kan hem niet terughalen, want dan moet ik de draad uit de naald halen en terug naar mijn collega om hem er weer in te doen. Dus ik moet met grote halen zo snel mogelijk de top zien te bereiken. Dat lukt wonderwel. Nu nog het draadje doorbijten, een knoopje leggen en ik ben weer helemaal het vrouwtje.

NOT. Want MARINEGAREN.

Daar kan je een vliegdekschip mee verslepen. Niet doorheen te knagen… met geen mogelijkheid. Ik heb geen andere optie dan heel voorzichtig mijn jurk weer aan te trekken. Onder mijn oksel bungelt een klosje garen en een naald aan een stuk touw. Gelukkig heb ik een betonschaar in m’n bureaula. (Don’t ask.) Met mijn hand elegant onder mijn oksel om naald en klosje te verbergen probeer ik zo nonchalant mogelijk mijn kamer te bereiken.

De koffieautomaat is compleet verlaten, een godswonder. Dan valt het klosje en rolt zo’n vijf meter voor me uit. Het zweet staat op mijn bovenlip. Ik overweeg euthanasie en bid dat niemand trek krijgt in koffie. Ga dat maar eens uitleggen, dat je een klosje garen oprolt dat onder je oksel lijkt te eindigen.

Eindelijk bereik ik de deur van mijn kantoor. Mijn doodswens maakt plaats voor opluchting. Deur open, kamer vol. Twee nieuwe collega’s en een afdelingshoofd. Handen worden uitgestoken. Mijn rechterhand houdt angstvallig het klosje onder mijn oksel vast. Ik kan alleen maar stamelen.

Ken je de beroemde veiligheidsspelden-jurk die Elizabeth Hurley ooit droeg op de rode loper?

Mijn uitvinding. Maar mijn carrière kreeg er geen boost door…

Nyree. Woordklunstenaar. 

Niet in je mond stoppen

Een Ethiopische herder zag dat zijn geiten na het eten van bepaalde bessen erg opgewonden werden. Nieuwsgierig plukte hij er zelf een aantal, kookte ze en dronk het aftreksel op. Volgens één legende is dit de ontdekking van koffie. Hoogstwaarschijnlijk is er niets van waar, maar je kunt je er wel wat bij voorstellen. Het zou zomaar echt gebeurd kunnen zijn.

Je ziet het helemaal voor je: Harry (niet z’n echte naam) de herder die opmerkt dat z’n geiten zelfs voor geiten wel heel raar doen. En vervolgens op onderzoek uitgaat om erachter te komen dat ze van een bepaalde bes hebben gegeten. Een bes die zo’n rare invloed heeft op je geiten, die wil je natuurlijk zelf ook uitproberen. Maar net als wij heeft Harry van z’n moeder geleerd dat je niet zomaar alles in je mond moet stoppen, dus brouwt hij er een drankje van.

Van een bessenbrouwsel naar het branden en malen van bonen is dan eigenlijk nog maar een kleine stap. Zodra we eenmaal hebben besloten dat iets eetbaar is, verzinnen we de raarste manieren om het te bereiden. (Daar kom ik zo nog op terug.) En het zal Harry ook niet heel veel moeite hebben gekost om anderen te overtuigen een slokje te nemen. Een bessendrankje is immers zo vreemd niet. En dat geiten die bessen eten, ach, dat deert niet.

Dus of het nou echt zo gebeurd is of niet, het verhaal van Harry is zonder meer geloofwaardig. Misschien dat je wel hetzelfde zou hebben gedaan, als je elfhonderd jaar geleden geitenherder was geweest in Ethiopië. Maar wat er bij mij dus echt niet in wil: de eerste persoon in de geschiedenis van de mensheid die besloot dat kopi loewak een goed idee was.

Voor wie het niet weet, dat is koffie van bonen die afkomstig zijn uit de uitwerpselen van de civetkat. Het komt uit Indonesië en ik heb zelf de Vietnamese variant weleens gedronken. Ander dier, zelfde toevoerkanaal. Dat ik het zelf heb gedronken, is dan weer niet zo vreemd. Want als iedereen beweert dat iets een delicatesse is, ben je algauw geneigd het te proberen. Neem onze nationale lekkernij, de haring. Dat is strikt genomen een half verrotte rauwe vis.

Nee, wat mij boven m’n verstand gaat is wat zich afspeelde onder het schedeldak van de eerste persoon die dacht: ‘Laat ik de koffiebespitten uit deze poep peuteren en er koffie van zetten.’ Dat is hele andere koek dan ‘Goh, wat doen mijn geiten raar’.

Hoe dan ook, die hygiëneonverschillige halvegare vond dus wel even uit hoe je de allerlekkerste koffie maakt. Koffie die jij en ik overigens niet drinken want de civetkatten worden in veel te kleine hokjes gehouden. Desalniettemin mogen we deze persoon, en al die anderen die rare dingen in hun mond stopten en nieuwe delicatessen ontdekten, dankbaar zijn.

Denk daar maar eens aan de volgende keer dat je ‘Niet in je mond stoppen!’ naar je peuter roept.

Remy
Copywriter. Speelt de verwoorde onschuld.

Koffiecrematorium

Na afloop van de uitvaart is er altijd vieze koffie. Dat voorkomt dat je te lang blijft hangen. Maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over het feit dat ‘crema’, het goudbruine schuimlaagje op een perfect gezette espresso, niet bestaat. Niet in de Van Dale en ook niet in het Groene Boekje. Hoog tijd om daar wat aan te doen.

Het begon toen ik in ieders favoriete tekstverwerker het woord ‘crema’ typte en er pardoes een rood kringeltje onder verscheen. Dat gebeurt wel vaker. De spellingcontrole (voor de taalnazi’s: van het Groene Boekje mag je ook ‘spellingscontrole’ zeggen) van ieders favoriete tekstverwerker is niet bepaald je van het.

Maar toen ik het woord vervolgens opzocht in de Dikke: niets. En ook het Groene Boekje, nota bene de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal, laat verstek gaan.

Koele koffiekikker
Nou kom ik uit een tijd dat koffie universeel smerig was. Voor goeie koffie ging je naar Italië of desnoods Zuid-Frankrijk. Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar toen in 2001 de Senseo werd gelanceerd, vonden mensen dat een verbetering. (Het was dan ook niet minder dan revolutionair toen een bepaalde bagelwinkel zich al in 1996 hard maakte voor Echt Lekkere Koffie. Maar dat terzijde.)

Dus ik dacht: misschien bestaat ‘crema’ als Nederlands woord gewoon nog niet zo lang. Een nawee van de tijd waarin we alleen maar vieze koffie dronken. En staat het daarom niet in het woordenboek. Maar ieder jaar worden er al gauw zo’n duizend woorden aan de Van Dale toegevoegd. Bijvoorbeeld ‘koffiepad’, dat staat er wél in. (Lees dat woord nog eens: koffiepad…)

Linguïstische discriminatie
Dat kon het dus niet zijn. Wat dan wel? Was ik wellicht de enige Nederlander die ‘crema’ zegt? Ook niet, het heeft zelfs een eigen wikilemma. Als je in Google Trends kijkt, zie je bovendien hoe populair ‘crema’ is in vergelijking met een woord als ‘koffiepad’:

Er is maar een conclusie mogelijk: al jaren worden liefhebbers van lekkere koffie linguïstisch gediscrimineerd.

Er is een oplossing!
Maar gelukkig is er een oplossing. Ieder jaar organiseert Van Dale namelijk de verkiezing van Woord van het Jaar. Het woord moet wel in dat jaar zijn ontstaan. Dat is een probleem. Want hoewel ‘crema’ niet in het woordenboek staat, bestaat het al veel langer.

Daarom heb ik het neologisme ‘koffiecrematorium’ bedacht. Dit betekent: het doodzwijgen van gangbare woorden als ‘crema’, bijvoorbeeld door deze woorden niet op te nemen in het woordenboek. Je kunt het hier aanmelden voor de verkiezing van Woord van het Jaar.

Wel doen, hè.

Remy
Copywriter. Speelt de verwoorde onschuld.