Per ongeluk volwassen?

Ik hoorde een geërgerde zucht achter me. Ze fietste voorbij met een blik alsof ik mijn bestaansrecht zojuist verspeeld had en ontweek slingerend de voetganger op het zebrapad. Ik wachtte. De voetganger bereikte de overkant. Ik wachtte. Het licht ging weer op groen. Ik zette de achtervolging in.

Even later haalde ik de fietsster in en schonk haar een triomfantelijke glimlach die zoveel moest zeggen als: ‘Zie je wel, je had dus net zo goed even kunnen afstappen om voor het rode licht te wachten. Het duurde nog geen minuut en zoals je merkt, aangezien ik je nu voorbijrijd, leverde je gedrag geen enkele tijdswinst op.’

De blik die ze me gaf herkende ik van een paar honderd meter terug.

En toen gebeurde er iets onverwachts: ik genoot ervan. Ineens ontwaarde ik de afkeurende frons die mensen van autoriteit – meestal nette volwassenen – toebedelen aan mensen die niet willen deugen – meestal sjofele jongeren.

Ik zag een lange stoet van leraren die niet op weerwoord bedacht waren. Van sportcoaches die je tijdens de training naar huis stuurden omdat ze zich niet serieus genomen voelden. Van oudjes die ‘junk’ (uitgesproken met ‘j’ in plaats van ‘dj’) fluisterden als je voorbijliep in kleding die hun eigen kinderen dertig jaar eerder ook droegen.

Er opende zich een wereld van mogelijkheden, onontgonnen terrein voor mijn van nature recalcitrante aard.

Vanaf dat moment stopte ik voor ieder rood of oranje stoplicht, ook – juist! – als er geen voetgangers wilden oversteken, en ikgenoot van het neerbuigende zuchten en steunen wanneer de fietsers achter me onverwachts moesten afremmen. Als de bakfietsen op de blindenstrook stonden, zette ik mijn fiets wél netjes in het rek. Als de vuilzakken ’s avonds werden opengepikt door de meeuwen, zette ik de mijne wél pas ’s ochtends vroeg op straat. Als de glas- of papierbak vol was, nam ik mijn tassen wél ongeleegd mee terug naar huis. Ik zocht bovendien de confrontatie op en begon fietsers in het voetgangersgebied voor de banden te lopen.

Iedere daad uit gehoorzaamheid is sindsdien een daad van verzet tegen de terloopse hufterigheid van mijn keurige hoogopgeleide medestadsbewoners. Net als in mijn puberteit doorbreek ik sociale normen en geniet ervan.

Maar ergens blijft het knagen: ben ik een rebel die de kont tegen de krib gooit, of ben ik in een onbewaakt ogenblik volwassen geworden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *