Het roze plasgootje

‘Nietsvermoedend scrolde ik door mijn Facebooktimeline’, zo wilde ik dit blog beginnen. Maar in 2018 scrolt geen mens nog nietsvermoedend.
We hebben het allemaal al gezien. Tenminste, dat dacht ik.

Eerst een persoonlijke ontboezeming. Ik heb mijn Facebooktimeline minutieus getweakt. Geen politiek, activisme of alarmisme, geen foodporn of kinderfoto’s, geen verlopen selfies, geen raadsels, spelletjes, lollige filmpjes, weeïge oproepen of mild seksistische grappen. Ook geen ronduit seksistische grappen, trouwens.

Staren naar gitaren

Nee, in mijn timeline kun je slechts staren naar gitaren. En dan vooral het vintage soort van de jaren 30 tot halverwege de jaren 60. Jubelberichten van verrukte vijftigers die eindelijk die gitaar hebben die ze in hun jeugd nooit konden bemachtigen. Of wensen van mensen die heel graag een bepaalde gitaar willen, maar niet kunnen betalen. Er is zelfs een medische term voor deze aandoening: GAS. Dat staat voor Guitar Acquisition Syndrome.
Ik heb er zelf ook geregeld last van.

Verder staat mijn timeline vol met guitarporn. Dat is de officiële term voor sfeervolle foto’s in de stijl die wijlen Hugh Hefner schathemeltje rijk maakte, maar dan met beduidend opwindender beeldmateriaal.

Optelsom

Een tweede ontboezeming: ik identificeer mezelf als man. Deze informatie heb ik ook aangegeven in mijn persoonlijke instellingen. Volgens mij is dat niet eens nodig, want als ze bij Facebook zelfs je seksuele geaardheid kunnen aflezen aan je online bezigheden, zal je geslacht wel geen probleem zijn.

Anyway, je zou verwachten dat Facebook, met zijn geavanceerde algoritmes, spionagemarketing en big data, in staat moet zijn mij een reclame voor te schotelen die aansluit bij mijn interesses. In mijn geval hebben we het dan over een vrij eenvoudige optelsom: Man + Gitaren.

Zou je denken hè?

Maar toen zag ik dit:

Bovendrijven

In de volgende dagen kwam dat roze plasgootje telkens weer bovendrijven in m’n timeline. En ik begon mezelf steeds meer vragen te stellen.

Om te beginnen: waarom krijg ik een advertentie voor een fantoomplasser voorgezet, terwijl Facebook dondersgoed weet dat ik beschik over een biologisch exemplaar? Maar ook: wie koopt zoiets? En: werkt dit? Wordt het echt gebruikt? Zijn er handtasjes met hierin discreet weggestopte roze plasgootjes? Berg je ‘m weer op na gebruik? Maak je ‘m dan eerst droog,
of is er bijvoorbeeld een speciaal waterdicht opberghoesje? Maak je het opberghoesje schoon? Hoe vaak? En is dit niet eigenlijk een volstrekt overbodig stuk plastic? Een metafoor wellicht, voor een wereld waarin steeds meer mogelijk is, maar niemand zich afvraagt of het ook wel een goed idee is?

Langzaam ontstond er zo in mijn hoofd een nieuw beeld van het leed dat sociale media heet. Facebook is niet het afvoerputje van de beschaving,
zoals ik altijd dacht. Nee, Facebook, dat is het roze plasgootje.

Remy
Copywriter. Speelt de verwoorde onschuld.

De klos met marinegaren

De dag begint goed. Ik zit op mijn werk mooi te zijn met mijn nieuwe zwarte coltrui-jurk en ik heb geen vergadering of andere rotklussen. Mijn tas staat onder mijn bureau en ik reik omlaag naar mijn ontbijt. Een appel-kaneelsultana, mijn lievelings. Opeens voel ik een koude vlaag langs de zijkant van mijn lichaam trekken. Uit mijn jurk gescheurd. De hele naad open, van oksel naar beneden. En dat terwijl ik ’s ochtends alleen maar sultana’s eet.

Normaal gesproken los ik alle levensproblemen op met tape. Maar plakband werkt hier niet, dus ik ga op zoek naar een naaisetje. Een collega is ex-marinier (oh nee, marinier ben je voor het leven), dus heeft er altijd een op zak. Ik spoed me naar de wc en wurm in een claustrofobisch kleine ruimte mijn jurkje – zelfs met gescheurde naad nog ongemakkelijk strak – uit. De draad wil vervolgens met geen mogelijkheid de naald in.

Jurk aan, naar minder kippige collega die het draadje voor me fikst. Terug in het toilet trek ik de boel weer uit en begin zo goed en zo kwaad als het kan te naaien. Ik laat de draad aan het rolletje zitten want je weet nooit hoeveel je nodig hebt. Dat is altijd meer dan je denkt.

Na twee steken is er een soort kluwen ontstaan, waardoor mijn draadje ineens veel korter is dan voorzien. Ik kan hem niet terughalen, want dan moet ik de draad uit de naald halen en terug naar mijn collega om hem er weer in te doen. Dus ik moet met grote halen zo snel mogelijk de top zien te bereiken. Dat lukt wonderwel. Nu nog het draadje doorbijten, een knoopje leggen en ik ben weer helemaal het vrouwtje.

NOT. Want MARINEGAREN.

Daar kan je een vliegdekschip mee verslepen. Niet doorheen te knagen… met geen mogelijkheid. Ik heb geen andere optie dan heel voorzichtig mijn jurk weer aan te trekken. Onder mijn oksel bungelt een klosje garen en een naald aan een stuk touw. Gelukkig heb ik een betonschaar in m’n bureaula. (Don’t ask.) Met mijn hand elegant onder mijn oksel om naald en klosje te verbergen probeer ik zo nonchalant mogelijk mijn kamer te bereiken.

De koffieautomaat is compleet verlaten, een godswonder. Dan valt het klosje en rolt zo’n vijf meter voor me uit. Het zweet staat op mijn bovenlip. Ik overweeg euthanasie en bid dat niemand trek krijgt in koffie. Ga dat maar eens uitleggen, dat je een klosje garen oprolt dat onder je oksel lijkt te eindigen.

Eindelijk bereik ik de deur van mijn kantoor. Mijn doodswens maakt plaats voor opluchting. Deur open, kamer vol. Twee nieuwe collega’s en een afdelingshoofd. Handen worden uitgestoken. Mijn rechterhand houdt angstvallig het klosje onder mijn oksel vast. Ik kan alleen maar stamelen.

Ken je de beroemde veiligheidsspelden-jurk die Elizabeth Hurley ooit droeg op de rode loper?

Mijn uitvinding. Maar mijn carrière kreeg er geen boost door…

Nyree. Woordklunstenaar. 

Niet in je mond stoppen

Een Ethiopische herder zag dat zijn geiten na het eten van bepaalde bessen erg opgewonden werden. Nieuwsgierig plukte hij er zelf een aantal, kookte ze en dronk het aftreksel op. Volgens één legende is dit de ontdekking van koffie. Hoogstwaarschijnlijk is er niets van waar, maar je kunt je er wel wat bij voorstellen. Het zou zomaar echt gebeurd kunnen zijn.

Je ziet het helemaal voor je: Harry (niet z’n echte naam) de herder die opmerkt dat z’n geiten zelfs voor geiten wel heel raar doen. En vervolgens op onderzoek uitgaat om erachter te komen dat ze van een bepaalde bes hebben gegeten. Een bes die zo’n rare invloed heeft op je geiten, die wil je natuurlijk zelf ook uitproberen. Maar net als wij heeft Harry van z’n moeder geleerd dat je niet zomaar alles in je mond moet stoppen, dus brouwt hij er een drankje van.

Van een bessenbrouwsel naar het branden en malen van bonen is dan eigenlijk nog maar een kleine stap. Zodra we eenmaal hebben besloten dat iets eetbaar is, verzinnen we de raarste manieren om het te bereiden. (Daar kom ik zo nog op terug.) En het zal Harry ook niet heel veel moeite hebben gekost om anderen te overtuigen een slokje te nemen. Een bessendrankje is immers zo vreemd niet. En dat geiten die bessen eten, ach, dat deert niet.

Dus of het nou echt zo gebeurd is of niet, het verhaal van Harry is zonder meer geloofwaardig. Misschien dat je wel hetzelfde zou hebben gedaan, als je elfhonderd jaar geleden geitenherder was geweest in Ethiopië. Maar wat er bij mij dus echt niet in wil: de eerste persoon in de geschiedenis van de mensheid die besloot dat kopi loewak een goed idee was.

Voor wie het niet weet, dat is koffie van bonen die afkomstig zijn uit de uitwerpselen van de civetkat. Het komt uit Indonesië en ik heb zelf de Vietnamese variant weleens gedronken. Ander dier, zelfde toevoerkanaal. Dat ik het zelf heb gedronken, is dan weer niet zo vreemd. Want als iedereen beweert dat iets een delicatesse is, ben je algauw geneigd het te proberen. Neem onze nationale lekkernij, de haring. Dat is strikt genomen een half verrotte rauwe vis.

Nee, wat mij boven m’n verstand gaat is wat zich afspeelde onder het schedeldak van de eerste persoon die dacht: ‘Laat ik de koffiebespitten uit deze poep peuteren en er koffie van zetten.’ Dat is hele andere koek dan ‘Goh, wat doen mijn geiten raar’.

Hoe dan ook, die hygiëneonverschillige halvegare vond dus wel even uit hoe je de allerlekkerste koffie maakt. Koffie die jij en ik overigens niet drinken want de civetkatten worden in veel te kleine hokjes gehouden. Desalniettemin mogen we deze persoon, en al die anderen die rare dingen in hun mond stopten en nieuwe delicatessen ontdekten, dankbaar zijn.

Denk daar maar eens aan de volgende keer dat je ‘Niet in je mond stoppen!’ naar je peuter roept.

Remy
Copywriter. Speelt de verwoorde onschuld.